Penthesileia
Het is voor mij een ode aan de vrouwelijkheid: zacht, rond en kwetsbaar, maar
ook de standvastigheid van de groep als geheel.
Dicht op elkaar staan eenendertig roze ronde torentjes met bovenop een lusje.
Ze zijn gemaakt van spiraalsgewijs gewikkelde katoenen en wollen punnikdraad.
In de kern daarvan is een ijzerdraad geweven voor de stevigheid. De
verschillende tinten en de variaties op dezelfde grondvorm roepen associaties
op met iets organisch: borsten, zwammen, een bos. Het lijkt op het model voor
een stad van een onbekend en ongewoon ras.
Penthesileia
was koningin van de Amazonen, het krijgshaftige vrouwvolk uit de
Griekse mythologie. Amazonen lieten hun rechterborst wegbranden om bij het
boogschieten en lanswerpen daar geen hinder van te hebben.
Wie er een beet pakt heeft een merkwaardig voorwerp in handen: een
kaboutermuts, een buitenmodel eierwarmer, een kaasstolp van wol. Esthetiek op
zich lijkt niet direct beoogd. Tussen statige exemplaren staan ingezakte
puddingen. Juist dat geeft de groep een authentieke en in zekere zin
realistische uitstraling.
Eenendertig vrouwenborsten zonder blaren. Ze roepen je iets toe dat
je niet kan verstaan, maar ze roepen.