<<terug |lijst| verder>>
Ik en de directeur...
 

Jongens waren we, en meisjes, en best wel aardig. Dat vonden we zelf. De school was van ons. (Dat vonden we niet, dat was gewoon zo.) En de wereld was nog simpel. We hadden gelijk, al kregen we dat niet altijd. Maar gelachen hebben we wel.

Iemand die ons het gelijk betwistte was de congierge. Na een waterbalet bij de gymzaal hield hij de klas bijna een uur in een lokaal vast om vaderlijk toe te spreken. Niemand liep weg. Achteraf zeiden we: "Die denkt dat hij de directeur zelf is: Ik en de directeur." En dat was een mop, want er was helemaal geen directeur. Mijnheer Pedroli ging vertrekken. Een opvolger was nog niet benoemd. Thomas mocht de schoolkrantredactie tippen, en zo hadden we een primeur. Maar een extra uitgave kwam er niet van. Die kwam er wel toen een jaar of wat later de nieuwe rector "schoolregels" meende te moeten uitvaardigen. Een persiflage was snel gemaakt. De stencilmachine bedienden we zelf dus de verspreiding was geen probleem.

Het waren roerige tijden. De zestiger jaren nog maar net achter de rug. Mijn oudere zus de eerste Beatles-fan. De laatste resten van de MMS nog uitdrukkelijk aanwezig: klassen vol onbenaderbaar mooie meiden. Dat besefte je toen nog niet.

En dan denk je terug. De eerste fuif waar de jongetjes nog verlegen aan de kant bleven zitten. De klassefeesten in de 'Sterre der Zee'. Zelf het huurcontract getekend en eigen limonade meegebracht. 'Satisfaction' uit een 100-Watt buizenversterker, waarbij het vermogen op de geproduceerde warmte en niet zo zeer op het geluidsvolume sloeg. Een onvergetelijk hoogtepunt was de Roncallidag toen die voor het eerst door leerlingen werd georganiseerd, met activiteiten in alle lokalen. (Was dat de eerste keer?? We hadden in ieder geval het gevoel dat dat zo was.) Ik heb toen niet veel meer gezien dan de ogen van het meisje waar ik mee wilde dansen. Het was een geweldig feest.

Hoeveel groepen 12 zouden er sindsdien geweest zijn? Voor mij is het er maar een gebleven. We begrepen alles, behalve waar onze klasseleraar overspannen van was.

Van de lessen herinner ik me vooral wat er niet direct mee te maken had. Over flamenco muziek en Freud bij duits (Grundstein zonder prik). Marx en Engels bij katechese. Het Classicisme dat bij de engelse literatuur niet behandeld werd. En in slaap vallen bij aardrijkskunde; moe van alle boeken die ik 's nachts -niet voor mijn lijst- wilde lezen.

Ik schreef een gedicht voor de schoolkrant, Spetter en Alors, mijn eerste en laatste liefde.


Wie zien we in Koog aan de Zaan
In Alkmaar en in Putte
Boven alle heiligen staan?
Je raadt het al, Sint Jutte.

In Sliedrecht en in Valkenswaard,
In Haarlem en Pernis,
Viert men als de Sint verjaart
Steevast Sint Juttemis.

O, heilige Sint Jutte,
Waaruit ik wijsheid putte,
Wees mijn beschermheer.

Want altijd keer op keer,
Wanneer ik zit te dutte'
Prijs ik U, Sint Jutte.

Dat ik me weinig van de lessen zelf herinner wil niet zeggen dat ik er weinig geleerd zou hebben. Integendeel. Het belangrijkste daarvan: er komt niks uit je handen als je niet zelf iets doet. Een wijze les, waar ik de school nog altijd dankbaar voor ben. Ik had er zeven jaar voor nodig. Maar net als alle andere Roncallianen: ik ben nooit blijven zitten.

Luc Ambagts
<<terug |lijst| verder>>


Schrijverij
een onderdeel van
jemagalles.nl