<<terug |lijst| verder>>
Frits
 

Regen. Zaterdagmorgen en regen. Weer een week voorbij. Frist kijkt naar de grijze wolkenvegen in de lucht en stapt op zijn fiets. Hoe lang heeft hij die al? Toen Jennie naar het buitenland ging was ze hem komen brengen. Hij mocht hem hebben, ze kon hem toch niet meenemen. Een beste fiets. Voorovergebogen, muts op het hoofd, ziet hij het asfalt onder zich voorbijgaan. Strepen van steenslag. De portemonnee in zijn linkerbroekzak duwt in zijn lies bij elke trap. De tas aan het stuur stoot tegen zijn knie. Het gaat om de buitenlucht. Gras en wolken. Hier fiets je van de dijk af. De palen die de populieren langs de weg ondersteunen zijn dikker dan de pas aangeplante staken zelf. Vreemd, steeds weer populieren, terwijl je met dat hout toch weinig kunt beginnen. Inferieure klompen kun je er van maken. Spaanplaat zou dat ook? De weg glimt en langs de berm vormen zich de eerste plassen. Motregen maakt je nat zonder dat je er erg in hebt. Wie in dit weer fietst moet ergens heen.

Er zijn twee manieren om de mensen te groeten. Je knikt met je hoofd wat schuin naar achteren, of je steekt je hand op. In beide gevallen kun je er een half binnensmonds 'heu' bij mompelen. Boeren die met een kruiwagen lopen hebben hun handen niet vrij. Die knikken. Mensen op de fiets en in de auto steken hun hand op. Dat doet Frits ook als aan de ander kant van de weg een vrouw voorbij fietst. Ze kijkt hem verrast aan, fiets zonder iets te zeggen door. Het is een vreemde, niet iemand van hier.

- 'Er is geen haast, al is de tijd altijd te kort. Hoe geniet je van nietsdoen? Het beste door nutteloze bezigheden te verrichten. Ontsnappen aan blikken die alsmaar lijken te vragen. Gesprek aanknopen met een onbekende. Vragen waar ze naar toe gaat. Vertellen over de rivier. Ontdekken dat je gemeenschappelijke kennissen hebt. Lachen om een onschuldig misverstand. Dicht naast haar staan en haar adem ruiken. Afspreken voor een volgende keer...' Als Frits door een kuil rijdt rammelt het voorspatbord.

De winkel ligt aan de goede kant van het dorp. Sinds ze winkelwagentjes hebben blijven de mensen langer hangen. 'Dat scheelt toch gauw tien procent omzet,' vertrouwde de eigenaar hem een keer toe. Frits zet zijn fiets tegen de heg en gaat naar binnen. In de smalle gangpaden kijkt hij de schappen langs. Koek en snoep, suiker, koffie, thee, toiletpapier en maandverband, zelfbediening voor groente en een koelvitrine met vleeswaren en zuivel. Frits loopt heen en weer en koopt een zakje honingdrop, een krant en sinasappelsap. 'Hebt u misschien een dubbeltje erbij?' Zwijgend schuift hij twee stuivers naar voren. Onder het lopen stoot de tas tegen zijn knie. Aarzelend stapt hij op de fiets. De weg terug naar huis is altijd te kort.

'Frits?' Marije roept vanuit de slaapkamer. In de servieskast staat een blauw trommeltje met rode bloemen erop. Groeten uit Aalsmeer. Als hij de drop er in uitschudt denkt hij aan het losse spatbord. Het sap zet hij in de kelder naast de andere pakken. De krant ligt op tafel. De vloer kraakt als je er overheen loopt.

Frits kijkt langs het bed naar het raam. 'Kan ik iets voor je doen, ik ga zo afwassen.' Marije zucht en draait zich moeizaam om. 'Of je aan de katten wilt denken. Je moeder heeft gebeld. Ze belt vanavond terug.'

Het behang is los. Boven in de hoek hangt een vouw naar beneden. Deze kamer is de mooiste van het huis met uitzicht op de reusachtige lindeboom in de tuin van de buren. 'Geen woord wint het van de stilte', wie had dat ook weer geschreven? Nu voorzichtig, zonder lawaai de deur dichtdoen. Met een droge tik valt de schoot in het slot. In de keuken vouwt hij de krant open en leest de koppen. 'Brokjes, brokjes' zegt hij en bukt zich naar het aanrechtkastje.


<<terug |lijst| verder>>


Schrijverij
een onderdeel van
jemagalles.nl