<<terug |lijst| verder>>
Alleen Regen
 

Je loopt over straat en je ziet niets dan mensen die om je heen drommen, langs je glijden, schichtig wegschieten, net voor een tram oversteken.

Het regent al de hele dag. Je denkt, wat doe ik hier, waar ging ik ook weer naar toe.

Dan hoor je een gil. Een langgerekte kreet van een vrouw die in een portiek staat en traag in elkaar zakt. Op de grond jammert ze verder. Stiller, met de handen voor haar gezicht. Je wilt naar haar toe. Als je vlakbij bent keer je om.

Je zoekt zenuwachtig naar shag in je jaszak. Je vindt niks. Je bedenkt dat je met natte handen toch niet kunt draaien. Dan in godsnaam maar een café in.

Daar is het vol en benauwd. De man achter de bar lacht hard als je binnenkomt. Hij loopt naar de tap en houdt een glas klaar. Voor wie is niet duidelijk. Je mompelt een verontschuldiging en loopt snel weer naar buiten.

Een ziekenauto rijdt door een plas. Het water spat hoog op. Het nat geraas van auto's, bussen, brommers, scooters suist tussen je oren. Je wilt naar huis en je weet dat dat niet kan.

Een zwerver klampt je aan en bralt iets in je gezicht dat eindigt op euro. Je maakt je los en loopt een steeg in.

Vanuit je ooghoeken zie je vrouwen achter de ramen hun tanden ontbloten. Verderop staat er een op straat onder een enorme paraplu. Ze verspert je de weg, pakt je bij je schouder beet. 'Ga je met me mee, schat?' Ze heeft een zweer op haar wang en mist een tand.

Terwijl je je losrukt zwaait ergens een deur open. Een man in een rood pak komt op je af.

De steeg loopt dood. Je draait je om. Bij de ingang zie je die zwerver staan. Rechtop, een grijns op zijn gezicht. Je krijgt een duw. Je bril valt af. Je ziet niks meer.

Alleen regen.


<<terug |lijst| verder>>


Schrijverij
een onderdeel van
jemagalles.nl