<<terug |lijst| verder>>
Het nieuwe huis
 

Je weet pas echt welke spullen je nodig hebt op de dag dat je alles kwijtraakt. Bij mij was dat op een regenachtige woensdagmiddag, toen het voorjaar maar niet wilde beginnen; ongeveer vier jaar geleden. De spanning was al langer niet om uit te houden. Toch is er dan altijd nog een aanleiding nodig om de knoop definitief door te hakken.

Ik kwam eerder thuis van mijn werk. De volgende morgen zouden we -mijn vrouw en onze twee kinderen- gaan dauwtrappen en aansluitend naar de Noordoost-polder om het hemelvaartsweekend bij mijn schoonouders door te brengen. Ik wilde meehelpen met de voorbereidingen. Tenslotte was het een zoveelste poging om nog eens een keer iets gezelligs te doen. Het bleek tevergeefs.

Thuis was het stil. Niemand te horen of te zien. Ik liep een paar keer verloren trap op en trap af, keek in de schuur, liep de tuin rond en vond toen het briefje op de schoorsteenmantel: je laat me altijd alles al alleen doen. Er brak iets in me. Ik zakte in de rookstoel neer die nog van mijn vader was geweest. Ik heb daar minstens een half uur voor me uit zitten staren. Toen heb ik de cv uitgezet, de kraan van de wasmachine dichtgedraaid, wat logeer spullen gepakt, voor en achterdeur op slot gedaan en ben naar Kees, een vrijgezelle vriend van me, vertrokken. Het is nooit meer goed gekomen.

Scheiden is lijden. In de weken die volgden gingen er heel wat telefoontjes heen en weer. De verwijten waren niet van de lucht. Kees ving me aardig op. Hij had een groot huis en het was prettig om in die tumultueuze tijd iemand in de buurt te hebben. Kees was iemand met een chaotische maar optimistische levenswandel. Hij had altijd wel een of ander baantje, maar het was onduidelijk wat hij dan precies deed. Financieel ging het hem goed leek het. Hij had ontzettend veel kennissen. "Het komt allemaal wel goed," zei hij vaak. Op de een of andere manier klonk dat uit zijn mond niet als een dooddoener.

Na de zoveelste scheldkanonnade zat ik weer eens terneergeslagen voor me uit te staren. "Weet je wat jij zou moeten doen?" Kees pauzeerde even. Het was zo'n vraag waar je niet op hoeft te antwoorden. "De scheiding door een advocaat laten regelen en zelf je eigen leven weer op gaan pakken." Ik protesteerde dat ik toch mijn leven best weer opgepakt had, maar hij schudde meewarig zijn hoofd. "We halen pizza, of je eet in de stad. Voor mij is dat normaal. Maar jij hebt hier geen huishouden." Ik verzuchtte dat voor een huishouden nou eenmaal een huis nodig is en toen zei hij het weer: "Dat komt wel goed."

Het kwam sneller goed dan ik had durven dromen. 's Middags al stak hij zijn hoofd om de deur van mijn logeerkamer. "Kale planken, maar met centrale verwarming, in een rustige buurt en niet eens in een buitenwijk. Je zult wat spulletjes moeten aanschaffen." Met een ontzettende grijns op zijn gezicht gooide hij een bos sleutels op het tafeltje. "380 euro per maand exclusief, twee slaapkamers en een vliering, tuintje op het zuidwesten." Hij had een huis voor me gevonden waar ik direct in kon. Maar hoe kwam ik aan spullen? Kees duwde de telefoon in mijn handen: "Slapen kun je op een luchtbed. De keuken is het belangrijkste. Iedereen bellen. Wat je niet kunt krijgen haal je bij de kringloop. Morgen kan je de aanhanger lenen."

Dat was de meest flitsende actie die ik sinds lang had uitgevoerd. 's Morgens eerst langs Bert, een collega die zijn moeder naar het verzorgingstehuis had gebracht. Die had dus een wasmachine over. Dan door naar mijn broer die net een grotere koelkast had gekocht. Ik ging hem van de kleinere afhelpen. Als laatste was de kringloopwinkel aan de beurt. Daar had ik een gasfornuis gereserveerd. Voor 35 euro had ik mijn hele keukeninrichting bij elkaar.

Dat fornuis bleek een positieve wending in het geheel. Ik heb me er helemaal op uitgeleefd. Al was ik nu maar alleen, ik kookte elke dag en vaak nogal uitgebreid. Lekker eten heb ik altijd lekker gevonden. Nu was het alsof ik er extra van doordrongen was dat een gezellig huishouden in de keuken begint. Hier had ik het helemaal alleen voor het zeggen. Omdat het alleen voor mezelf was kwam er een extra kookdimensie bij: ik kon risico nemen. Rode bieten met pindakaas, omelet met banaan, rijst met kokos, lamskotelet met saliesaus. Soms aarzelde ik bij zo'n bizarre ingeving. Dan dacht ik: er is niemand om te klagen dat het niet lekker is. Het viel eigenlijk altijd goed uit. Zo werd dat strakke stijve fornuis een trouwe en inspirerende metgezel in een periode waarin ik hoofdzakelijk op mezelf aangewezen was. Maar nu mag het weer weg. Het fornuis gaat terug naar de kringloop. Dan kan iemand anders er weer een tijd van genieten. Ik trek in bij mijn nieuwe vriendin.

Je weet pas echt welke spullen je allemaal hebt als je ze niet meer nodig hebt.


<<terug |lijst| verder>>


Schrijverij
een onderdeel van
jemagalles.nl